In de put

OOKikKOOK juni 2022


Op een woensdagmiddag waren we in Jaufrenie, in de tuin bezig toen er gebeld werd en Paula nam de telefoon aan. Het was onze dochter met de jongste kleinzoon die graag even met opa en oma wilden babbelen. Nadat onze kleinzoon een tijdje met oma had gesproken wilde hij ook even met opa praten. Paula antwoordde dat het, jammer genoeg, op dat moment niet zou gaan omdat opa ‘in de put’ zat. Het was even stil aan de andere kant van de lijn, maar toen vertelde Paula er snel bij dat opa aan het klussen was en in de waterput geklommen was, om de put schoon te maken en daarom niet aan de telefoon kon komen. Toen ik later op de dag ‘uit de put’ was, heb ik hem teruggebeld en hebben we nog even gezellig kunnen kletsen.


Eigenlijk is onze put niet een echte put of bron maar meer een waterbak c.q. reservoir, waarin regenwater wordt opgevangen, de Fransen noemen het een ‘citerne’. Dit is eigenlijk een ondergrondse opslagruimte waar boven de grond vaak een opgemetseld put-muurtje op staat, meestal met een katrol erboven waarmee je een emmer kunt optrekken. Bij ons in de tuin bevindt de citerne zich achter de schuur, half onder een hazelaar, begroeid met klimop en er staan wat struikjes omheen, het geheel ziet er heel oud en nostalgisch uit.

Jaren geleden hebben we er ook een gietijzeren handpomp bij geplaatst en sinds die tijd pompen we er water voor de tuin mee omhoog. Dit water is troebel, ruikt soms niet zo fris maar is verder uitstekend voor de planten en daar maken we dus regelmatig voor de tuin gebruik van. Het water in de citerne komt van het dak van onze grote schuur waarvan de regenpijpen met deze put verbonden zijn. Als het regent dan hoor je dat het water onder in de put klatert en zo wordt onze citerne gevuld. Omdat hij best wel diep is hebben we, voor de veiligheid, de bovenkant met een zwaar ijzeren rooster afgedekt. Dit houdt niet al het blad en andere dingen tegen die naar beneden vallen en zo is er in de loop van de jaren heel wat bladafval en dergelijke in het water terecht gekomen. Hierdoor heeft er zich een flinke laag modder op de bodem gevormd, waardoor het met de hand oppompen van het water steeds moeilijker werd en uiteindelijk niet meer lukte. Het werd dus de hoogste tijd dat onze citerne een keer leeg en schoongemaakt moest worden.


Deze schoonmaak klus hadden we al verschillende keren uitgesteld, vooral om het onprettige idee van wat je allemaal ‘in de put’ en de blubber tegen zou kunnen komen, maar omdat de pomp het niet meer deed, moest het er nu toch maar eens van komen. Uiteindelijk hadden we op die woensdag genoeg moed verzameld om aan de klus te beginnen. ‘s Morgens hadden we al het rooster van de citerne verwijderd en in de opening naar beneden, alle naar binnen gegroeide bladeren, takken en wortels weggeknipt. Toen met een elektrische dompelpomp het meeste water weggepompt en een lamp in het gat gehangen om beneden goed zicht te hebben. Daarna een ladder rechtop, door het gat, in de ruimte geplaatst en aan de bovenkant vastgebonden. De weg naar beneden was nu vrij en we hadden van tevoren al besloten dat ik ‘in de put’ zou gaan.

Er was niet veel ruimte om door het gat van 60 bij 60 centimeter naar beneden te klimmen, maar ik heb mezelf naar beneden gewurmd en zat ‘in de put’ terwijl Paula boven aan de putrand stond. Onder de doorgang bleek er zich een stenen ruimte te bevinden van ca 4 bij 2 meter en ook zo’n 2 meter hoog. Op de hele bodem lag een flinke laag modder van ca 20/30 centimeter en daar stond ik dus met mijn laarzen middenin. Ik ben de blubber in emmers gaan scheppen met daarin veel stenen, oude kapotte dakpannen, aardewerk potten, glasscherven, stukken metaal, hout enz. De emmers met een touw over de katrol omhoog gehesen waar Paula ze boven weer aanpakte en in de kruiwagen kiepte.


Na een aantal uren heel veel emmers met blubber en allerlei troep verwijderd te hebben, ben ik weer ‘uit de put’ gekropen. We hebben de rotzooi opgeruimd, de organische blubber over de tuin verspreid, daarna de ladder uit de put gehaald en toen met het ijzeren rooster de citerne van boven af weer goed afgesloten. Toen onze handpomp weer geprobeerd, maar helaas deed die het, na herhaalde pogingen, nog steeds niet. Uiteindelijk hebben we hem uit elkaar gehaald en toen bleek het pomp-leertje kapot te zijn dus we moesten een nieuw leertje gaan bestellen.

Het was achteraf bekeken natuurlijk wel veel slimmer geweest als we de pomp éérst nagekeken hadden, dan hadden we misschien de citerne niet hoeven schoon te maken, maar dat hadden we jammer genoeg niet gedaan. We zaten daarom na dit voorval wel een beetje ‘in de put’, want we voelden ons dommig, waren afgeknapt en moe, zagen zwart van de blubber en stonken bovendien een uur in de wind. Maar we troostten ons met de gedachte dat het karwei toch ooit een keer moest gebeuren en dat we het nu in ieder geval achter de rug hadden. En nadat we onder de douche ons, met goed ruikende ‘Savon de Marseille’, niet één, maar twéé keer achterelkaar flink ingezeept en schoongeboend hadden, voelden we ons weer helemaal opgeknapt en fris. Die avond zaten we alweer heerlijk, op ons terras onder de moerbeibomen, te genieten van ons avondeten met een mooi glas wijn erbij en dat smaakte extra goed na deze spannende, vermoeiende en ook bijzondere ‘Put’ dag.


Met de groeten uit Jaufrenie, Paul+a

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Er zijn nog geen tags.
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square